De hoogste boetes, 63 en 62 miljoen, zijn voor de twee Europese bedrijven Behr en Valeo. Twee andere fabrikanten, Denso en Panasonic uit Japan, zijn wel schuldig bevonden maar kregen geen boete omdat ze als klokkenluider zijn opgetreden.

Commissaris Margrethe Vestager van concurrentiezaken zegt in een toelichting: "Hoewel dit soort onderdelen soms niet worden gezien als producten, kan je ze wel erg goed voelen. In dit geval heb je het ook in je portemonnee kunnen voelen, hoewel de temperatuur in je auto nog wel goed geregeld werd." Volgens Brussel heeft het zestal ondernemingen de verkoopprijzen gecoördineerd en afspraken gemaakt over de marktverdeling waardoor de prijzen voor de betroffen onderdelen kunstmatig hoog werden gehouden. Dat betrof leveringen aan vrijwel alle grote autofabrikanten in de wereld. Bij de onderlinge contacten werd gevoelige informatie uitgewisseld. Dat alles is gebeurd in de periode 2004 tot en met 2009. De uiteindelijke boetes zijn lager uitgevallen dan wat als maximum geldt omdat de bedrijven volledig hebben meegewerkt aan het onderzoek.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding