Na een moeizame eerste helft van het boekjaar ziet het bedrijf zich dan ook genoodzaakt de winstvoorspelling voor heel 2019 naar beneden bij te stellen. Eerder deelden de Nederlandse bonden al mee dat er bij het bedrijf in Bunschoten, het voormalige Polynorm, 116 van de 950 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen. Voestalpine heeft in het voorjaar en in de zomer al met de bonden gesproken over een sociaal plan, maar destijds wilde de onderneming volgens de bonden geen afspraken maken.

Verzwakking

Met name in Europa, waar Voestalpine rond de twee derde van haar omzet genereert, heeft de groep last van een verzwakking van de exportindustrie veroorzaak door toenemende handelsbelemmeringen, een afnemende vraag van de auto-industrie en lagere investeringen. Het Oostenrijkse concern, dat nog enkele andere dochterbedrijven heeft in Nederland en Belgie, zag de brutowinst in het eerste halfjaar met de helft kelderen naar 230 miljoen euro. De omzet zakte niet meer dan twee procent in naar 6,7 miljard euro. De groep telde per 30 september wereldwijd 51.275 medewerkers wat 1,3 procent minder was dan een jaar eerder.

Negatieve ontwikkelingen

In haar ‘Outlook’ stelt het management ‘dat de verzwakking in het momentum van de auto-industrie zowel meer intens als meer wijdverspreid is geweest dan oorspronkelijk werd verwacht, ondanks het feit dat de nieuwe emissietesten die in september dit jaar werden ingevoerd niet zo verstorend waren als die van een jaar geleden’. De handelsoorlog leidt ook tot het terugdraaien van investeringen, met name tegen het eind van het eerste halfjaar. “Gegeven deze negatieve ontwikkelingen is het scenario dat we aan het begin van dit jaar tekenden niet langer van kracht.”