In Europa heeft Nissan nog twee fabrieken. Die in Barcelona, die uiterlijk eind volgend jaar dicht gaat, produceerde de afgelopen maand geen enkele auto. Over de eerste zeven maanden rolden daar 224 auto’s van de band terwijl dat er een jaar eerder nog 26.300 waren. De andere Europese fabriek, die in het Noord-Engelse Sunderland, komt over zeven maanden gezien met 29.100 exemplaren bijna driekwart lager uit dan vorig jaar. In juli vertoonde de productie daar, na het beëindigen van de strikte Britse lockdown, wel weer een minimaal plusje van 1 procent maar daarmee liepen er nog altijd niet meer dan 22.100 voertuigen van de banden.

China

In Japan zelf kwam de productie van Nissan over de periode januari tot en met juli met 257.100 stuks 65 procent lager uit. In de Verenigde Staten en Mexico zit de daling in dezelfde orde van grootte. Enige positieve punt is China waar Nissan over zeven maanden gezien bijna 537.000 nieuwe auto’s bouwde, al weer acht procent meer dan vorig jaar in die tijd. China is daarmee inmiddels goed voor meer dan 60 procent van de wereldwijde productie bij Nissan. Daarmee lijkt de eerste gemelde strategische keus om de nadruk naast de VS steeds meer te leggen op China nog eerder bewaarheid te worden dan gepland.