Veel Nederlandse ondernemingen zijn voor de toelevering van onderdelen afhankelijk van producenten en leveranciers uit heel Europa en de rest van de wereld. Momenteel ligt 50 tot 75 procent van alle automotive toeleveranciers in Europa stil en zelfs meer dan 90 procent van de auto- en truckfabrieken. Ook worden er nauwelijks nog fietsen, motoren en scooters geproduceerd.

Onderdelen

Langzaam beginnen de eerste fabrieken echter weer op te starten, maar volgens Van Eijck valt of staat het succes met de beschikbaarheid van voldoende onderdelen. “Op het moment dat onze leden geen of onvoldoende onderdelen ontvangen omdat de productie in bepaalde landen nog aan restricties is gebonden, schieten we niets op.”

Voortrekkersrol

Van Eijck hamert daarom op het belang van Europese coördinatie en samenwerking bij het heropstarten van de industrie. De oproep van Van Eijck wordt gesteund door twee grote Europese industriekoepels ACEA en CLEPA die mee-ondertekenen. “Met onze op export gerichte open economie kan Nederland hier een voortrekkersrol in spelen. Ik roep het Kabinet op om deze handschoen zo snel mogelijk op te pakken.”

Klappen

Uit een recente ledenenquête van RAI Vereniging blijkt dat de mobiliteitsindustrie inmiddels 31 procent omzetverlies heeft geleden, maar dat de grootste klappen nog moeten komen. Maar liefst 86 procent van de respondenten verwacht een verdere daling van de omzet in het tweede kwartaal en 56 procent verwacht dat de daling in het derde kwart ook doorzet. Inmiddels laat 74 procent van de bedrijven (een deel van het) personeel thuiswerken en geeft 50 procent aan van de NOW-regeling voor werktijdverkorting gebruik te maken.