In de eerste plaats dreigen nieuwe auto’s door de maatregel gemiddeld 1.000 (benzine) tot zelfs 2.000 (diesel) euro duurder te worden. De kans is namelijk groot dat door de wijziging ook BTW moet worden betaald over de afgedragen BPM . “Nu is het bij nieuwe auto’s nog zo dat de BPM-afdracht heel dicht bij aflevering aan de klant ligt en de Belastingdienst de redenatie volgt dat je namens de klant BPM afdraagt (doorlopende post), waardoor er geen BTW over die BPM betaald hoeft te worden. Als de aanpassing daadwerkelijk zo uitgevoerd gaat worden, is er geen sprake meer van een doorlopende post en betaal je dus ook btw over de BPM, belasting over belasting dus, en dan gaat een nieuwe benzineauto gemiddeld zo’n 1.000 euro extra kosten en een diesel zelfs het dubbele. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Bovag zal Belastingdienst, Financiën en de politiek wijzen op dit ongewenste effect.’’

Sneller

Daarnaast zorgt het naar voren halen van het BPM-afdrachtmoment voor een extra liquiditeitsbeslag bij importeurs. In de keten voor verkoop nieuw is de kans groot dat dat nadeel (deels) op de dealer wordt afgewenteld. “Om de verslechtering van de liquiditeitspositie van de importeur op te vangen zou de betaaltermijn van importeurs met een Artikel 8 Verklaring kunnen worden verlengd naar drie maanden. Echter, met de toename van de termijn tussen betalingsverplichting van en betaalmoment door de importeur neemt het faillissementsrisico van de importeur voor de dealer toe. Dat dit een reëel risico is, hebben we in het verleden bijvoorbeeld bij het bankroet van de Rover-importeur gezien. Om die reden is het zaak het moment van BPM-bepaling (en met deze wetswijziging: -betaling) en het moment van tenaamstellen zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Tenaamstellen kan nu afhankelijk van de wachttijden bij de RDW en de procedure bij de Belastingdienst enkele dagen tot enkele weken duren. Dat moet echt sneller om de schade van de nieuwe regeling enigszins te beperken.’’