Al jarenlang is de wetgeving op het gebied van de bijtelling een probleem voor de ontwikkeling van het leaseproduct richting flexibele mobiliteitsconcepten. Daarin zegt VNA nu voor zijn leden een belangrijke doorbraak te hebben gerealiseerd. Een ‘intensief traject van anderhalf jaar’ met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst heeft z’n vruchten afgeworpen, want  er zijn nu twee uitvoeringsregelingen. Voor VNA is het de opmaat naar een totale make-over van de bijtellingssystematiek waar de vereniging van Nederlandse autoleasemaatschappijen zich al jaren voor inzet.  "Onze leden lopen al die tijd aan tegen verouderde wetgeving die flexibele mobiliteit en doorontwikkelingen van mobiliteitsconcepten tegenhoudt", beweert directeur Renate Hemerik van VNA. "En dat terwijl de vraag ernaar vanuit werkgevers en werknemers steeds groter wordt. Dit is een belangrijke doorbraak voor autoleasebedrijven."
Op verzoek van VNA heeft de Belastingdienst na een lang en intensief traject duidelijke afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder een leaseauto buiten de bijtelling blijft. Dit was tot nu toe onzeker. Volgens VNA kunnen poolauto’s nu veilig privé worden gebruikt en ook de vrees voor dubbele bijtelling van een tijdelijk vervangende leaseauto is definitief van tafel. "Het schept de duidelijkheid die autoleasemaatschappijen nodig hebben richting hun klanten", weet Hemerik.
In de brancheregeling die de VNA met de Belastingdienst heeft afgesloten, bevestigt de fiscus dat een zakelijke poolauto wel degelijk privé kan worden gebruikt door de werknemers zolang de werkgever zich maar als verhuurder gedraagt. En dat doet hij door een marktconform tarief te berekenen en een sluitende kilometerregistratie laat bijhouden. De tarieftabel in de regeling en de regeling zelf worden jaarlijks door de VNA en de Belastingdienst vastgesteld en geactualiseerd.

In de brancheregeling Tijdelijk Vervangend Leasevoertuig (TVL) is beschreven hoe dubbele bijtelling kan worden voorkomen bij de tijdelijk vervangende leaseauto.  Zoals de naam van de regeling al aangeeft, is de regeling geschreven met het oogmerk om de berijder dat voertuig te laten gebruiken dat het beste bij zijn reis past. Dat kan dus ook een conventionele auto zijn als de hoofdauto (semi)elektrisch is. Of het kan een grotere auto zijn als de hoofdauto een kleinere auto is.