Beter inzicht afkoopsom leaseauto

Tijdens vakanties worden de meeste beslissingen genomen om uit te kijken naar een nieuwe werkgever. De afhandeling van de huidige leaseauto kan financiële kopzorgen opleveren. Uit onderzoek van de Vereniging Zakelijke Rijders blijkt dat de gemiddelde afkoopsom € 11.000,- bedraagt, terwijl deze € 4.991,- behoort te zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de opgelegde afkoopsom regelmatig meer dan het dubbele bedraagt dan wat de daadwerkelijke kosten zijn.

Een leaseauto is: "een auto die ter beschikking is gesteld aan de werknemer voor een bepaalde periode". Nederland telt momenteel ongeveer 700.000 leaseauto’s en 600.000 zakelijk gekochte auto’s. Na gemiddeld 3,5 jaar mag een werknemer een nieuwe leaseauto uitzoeken.

Indien de nieuwe leaseauto weer via én bij de huidige werkgever geleased wordt, dan zijn daar geen extra kosten aan verbonden. Maar indien een werknemer naar een ander bedrijf gaat en de huidige leaseauto niet meegenomen kan worden, dan begint daar meestal de financiële pijn. Dan dient er een afkoopsom betaald te worden voor het voortijdig stopzetten van het leasecontract. Deze kosten worden door de werkgever opgelegd aan de werknemer. Uit onderzoek van de Vereniging Zakelijke Rijders onder hun leden (25.000+) blijkt dat de opgelegde afkoopsom vaak het dubbele is van wat de daadwerkelijke kosten zijn. Dit onderzoek is vanaf begin 2017 gehouden.

De gemiddelde opgelegde afkoopsom bedraagt € 11.000,-. Met een enkele uitschieter naar € 25.000,- waarbij de afkoopsom daadwerkelijk € 7.288,- bedraagt. De gemiddelde reële afkoopsom was echter € 4.991,- De VZR berekent voor hun leden gratis de reële afkoopsom van hun leasecontract.

De conclusie van het onderzoek wordt bevestigd door de controleverzoeken die de VZR van leaserijders krijgt. Middels het bij de rechtbank gewonnen VZR-arrest én de gratis VZR-afkoopsomberekeningen heeft 92% van de leaserijders een beter inzicht gekregen van de daadwerkelijke kosten van de afkoopsom van zijn leaseauto. Voor het berekenen van de afkoopsom werkt de VZR middels een no-cure-no-pay ondersteuning. Dit heeft de individuele leaserijder reeds duizenden euro’s bespaart.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Reacties

Opmerkelijk en veelvuldig foutief gebruik van het woord leaseauto in dit artikel dat handelt over de auto van de zaak.

Geplaatst door: Theodoor van Es op

In tegenstelling tot hetgeen dhr. Van Es meldt gaat het bij dit onderwerp wel degelijk over de geleaste auto van de zaak en dus is “leaseauto” wel een juiste aanduiding. De voortijdige lesecontractbeëindiging zorgt voor een schadeclaim van de lasemij en die belast dat vaak zonder interesse voor de juistheid van het geclaimde bedrag door aan de vertrekkende medewerker.
Wanneer de kosten niet doorbelast kunnen worden aan de medewerker is de werkgever veel assertiever en dat zorgt dan ook voor een zorgvuldiger aanpak van de leasemij.
Wat VZR terecht meldt aan haar leden omrent dit onderwerp is dat de werkgever wettelijk verplicht is de hoogte van de gevorderde schade te verklaren als terecht en redelijk.
Wat de leasemij claimt is alleen van belang als er een goede verklaring voor het bedrag gegeven wordt.

Geplaatst door: Roel Hindriks op

Een leasemaatschappij regelt de zaken met de lessee niet met de berijder/ster. De Leaseovereenkomst is ook tussen lessor en lessee en niet met de berijder/ster. Mogelijk dat werkgevers hogere kosten berekenen aan de medewerkers/sters maar daar is lessor geen partij in. Vreemd verhaal geen juiste uiteenzetting, onduidelijk en niet kloppend.

Geplaatst door: Willem de Wit op

@Theodoor van Es
Volgens mij mist u de pointe. Het gaat hier juist ook over door werkgevers aan werknemers ter beschikking gestelde, geleasede auto’s en niet over auto’s van de zaak zoals bestelwagens.

De VZR komt – terecht – op tegen het (te gemakkelijk) verschuilen door werkgevers achter onduidelijke afkoopregelingen in leasecontracten, waarbij die werkgevers vinden dat zij zo’n afkoopsom zonder meer kunnen doorschuiven naar de vertrokken medewerker, onder het mom: het afkopen komt niet voor rekening en risico van de werkgever maar van de werknemer die zijn contract heeft opgezegd. En het is juist die opvatting die is gelogenstraft in de zaak die heeft geleid tot het zogeheten VZR-arrest.

Ook dat laatste is volkomen terecht, want het is toch van de zotte, zoals uit dit onderzoek naar voren komt, dat werkgevers het laten gebeuren dat hun ex-werknemers (gemiddeld genomen) meer dan het dubbele betalen voor het afkopen van een leasecontract dan wat het daadwerkelijk kost c.q. zou moeten kosten? Daar komt nog eens bij dat werknemers geen enkele invloed hebben in de leasevoorwaarden en vaak vooraf daarover ook niet althans niet volledig worden geïnformeerd, met name niet over de inhoud van dit soort afkoopregelingen. De werkgevers snappen zelf vaak niet eens hoe die regelingen in elkaar steken, laat staan dat een normale werknemer begrijpt waarvoor hij tekent c.q. heeft getekend! Het is goed dat belangbehartigers als de VZR er zijn die hieraan paal en perk stellen.

Geplaatst door: Rutger Sark op

Het is terecht wat de heer De Wit meldt: het leasecontract speelt tussen werkgever (lessee) en de leasemij. In het geval van een vertrekkende werknemer die akkoord is gegaan met betalen (aan de werkgever) van de kosten voor een overcomplete auto cq. het afkopen van het leasecontract bepaalt de lessor de kosten van een voortijdige contractbeëindiging, Dat bedrag wordt dan één op één door de werkgever doorbelast aan de vertrekkende werknemer, als zijnde de ontstane schade.
Wettelijk is dat een correcte gang van zaken, maar degene die moet betalen, heeft er recht op dat bewezen wordt dat het een redelijke en billijke vergoeding betreft.
En precies daar gaat het meestal fout; de lessor verklaart zijn afkoopvergoeding niet en de werkgever heeft weinig interesse om dat aan te vechten en vindt dat de vertrekkende werknemer niet moet zeuren, hij/zij is “er immers mee akkoord gegaan”. De VZR is vasthoudend geweest in de begeleiding van een van haar leden en heeft daarmee bereikt dat lessors en werkgevers zonodig gemakkelijker tot een redelijke afwikkeling kunnen worden aangespoord. Goede controle en verklaring was nodig en blijft nodig.

Geplaatst door: Roel Hindriks op

Het begint al met de definitie die in de tekst is opgenomen: “Een leaseauto is: “een auto die ter beschikking is gesteld aan de werknemer voor een bepaalde periode””. Dat is niet de definitie van een leaseauto maar van een auto van de zaak. Ik ben het er overigens mee eens dat de afkoop van een leasecontract (in het geval de auto van de zaak door de werkgever wordt geleased) de kern van het probleem waar dit artikel over gaat is. Dat laat overigens onverlet dat werkgevers die auto’s kopen ipv leasen ook afkoopsommen kunnen opleggen. Zij leiden dan immers ook economische schade door de noodzaak tot vroegtijdige verkoop van het voertuig. En ook hier zouden misstanden in kunnen voorkomen, waarbij het nog veel lastiger wordt om de billijkheid van het vastgestelde bedrag te beoordelen.

Geplaatst door: Theodoor van Es op
Beter inzicht afkoopsom leaseauto - Automobielmanagement.nl

Beter inzicht afkoopsom leaseauto

Tijdens vakanties worden de meeste beslissingen genomen om uit te kijken naar een nieuwe werkgever. De afhandeling van de huidige leaseauto kan financiële kopzorgen opleveren. Uit onderzoek van de Vereniging Zakelijke Rijders blijkt dat de gemiddelde afkoopsom € 11.000,- bedraagt, terwijl deze € 4.991,- behoort te zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de opgelegde afkoopsom regelmatig meer dan het dubbele bedraagt dan wat de daadwerkelijke kosten zijn.

Een leaseauto is: "een auto die ter beschikking is gesteld aan de werknemer voor een bepaalde periode". Nederland telt momenteel ongeveer 700.000 leaseauto’s en 600.000 zakelijk gekochte auto’s. Na gemiddeld 3,5 jaar mag een werknemer een nieuwe leaseauto uitzoeken.

Indien de nieuwe leaseauto weer via én bij de huidige werkgever geleased wordt, dan zijn daar geen extra kosten aan verbonden. Maar indien een werknemer naar een ander bedrijf gaat en de huidige leaseauto niet meegenomen kan worden, dan begint daar meestal de financiële pijn. Dan dient er een afkoopsom betaald te worden voor het voortijdig stopzetten van het leasecontract. Deze kosten worden door de werkgever opgelegd aan de werknemer. Uit onderzoek van de Vereniging Zakelijke Rijders onder hun leden (25.000+) blijkt dat de opgelegde afkoopsom vaak het dubbele is van wat de daadwerkelijke kosten zijn. Dit onderzoek is vanaf begin 2017 gehouden.

De gemiddelde opgelegde afkoopsom bedraagt € 11.000,-. Met een enkele uitschieter naar € 25.000,- waarbij de afkoopsom daadwerkelijk € 7.288,- bedraagt. De gemiddelde reële afkoopsom was echter € 4.991,- De VZR berekent voor hun leden gratis de reële afkoopsom van hun leasecontract.

De conclusie van het onderzoek wordt bevestigd door de controleverzoeken die de VZR van leaserijders krijgt. Middels het bij de rechtbank gewonnen VZR-arrest én de gratis VZR-afkoopsomberekeningen heeft 92% van de leaserijders een beter inzicht gekregen van de daadwerkelijke kosten van de afkoopsom van zijn leaseauto. Voor het berekenen van de afkoopsom werkt de VZR middels een no-cure-no-pay ondersteuning. Dit heeft de individuele leaserijder reeds duizenden euro’s bespaart.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Reacties

Opmerkelijk en veelvuldig foutief gebruik van het woord leaseauto in dit artikel dat handelt over de auto van de zaak.

Geplaatst door: Theodoor van Es op

In tegenstelling tot hetgeen dhr. Van Es meldt gaat het bij dit onderwerp wel degelijk over de geleaste auto van de zaak en dus is “leaseauto” wel een juiste aanduiding. De voortijdige lesecontractbeëindiging zorgt voor een schadeclaim van de lasemij en die belast dat vaak zonder interesse voor de juistheid van het geclaimde bedrag door aan de vertrekkende medewerker.
Wanneer de kosten niet doorbelast kunnen worden aan de medewerker is de werkgever veel assertiever en dat zorgt dan ook voor een zorgvuldiger aanpak van de leasemij.
Wat VZR terecht meldt aan haar leden omrent dit onderwerp is dat de werkgever wettelijk verplicht is de hoogte van de gevorderde schade te verklaren als terecht en redelijk.
Wat de leasemij claimt is alleen van belang als er een goede verklaring voor het bedrag gegeven wordt.

Geplaatst door: Roel Hindriks op

Een leasemaatschappij regelt de zaken met de lessee niet met de berijder/ster. De Leaseovereenkomst is ook tussen lessor en lessee en niet met de berijder/ster. Mogelijk dat werkgevers hogere kosten berekenen aan de medewerkers/sters maar daar is lessor geen partij in. Vreemd verhaal geen juiste uiteenzetting, onduidelijk en niet kloppend.

Geplaatst door: Willem de Wit op

@Theodoor van Es
Volgens mij mist u de pointe. Het gaat hier juist ook over door werkgevers aan werknemers ter beschikking gestelde, geleasede auto’s en niet over auto’s van de zaak zoals bestelwagens.

De VZR komt – terecht – op tegen het (te gemakkelijk) verschuilen door werkgevers achter onduidelijke afkoopregelingen in leasecontracten, waarbij die werkgevers vinden dat zij zo’n afkoopsom zonder meer kunnen doorschuiven naar de vertrokken medewerker, onder het mom: het afkopen komt niet voor rekening en risico van de werkgever maar van de werknemer die zijn contract heeft opgezegd. En het is juist die opvatting die is gelogenstraft in de zaak die heeft geleid tot het zogeheten VZR-arrest.

Ook dat laatste is volkomen terecht, want het is toch van de zotte, zoals uit dit onderzoek naar voren komt, dat werkgevers het laten gebeuren dat hun ex-werknemers (gemiddeld genomen) meer dan het dubbele betalen voor het afkopen van een leasecontract dan wat het daadwerkelijk kost c.q. zou moeten kosten? Daar komt nog eens bij dat werknemers geen enkele invloed hebben in de leasevoorwaarden en vaak vooraf daarover ook niet althans niet volledig worden geïnformeerd, met name niet over de inhoud van dit soort afkoopregelingen. De werkgevers snappen zelf vaak niet eens hoe die regelingen in elkaar steken, laat staan dat een normale werknemer begrijpt waarvoor hij tekent c.q. heeft getekend! Het is goed dat belangbehartigers als de VZR er zijn die hieraan paal en perk stellen.

Geplaatst door: Rutger Sark op

Het is terecht wat de heer De Wit meldt: het leasecontract speelt tussen werkgever (lessee) en de leasemij. In het geval van een vertrekkende werknemer die akkoord is gegaan met betalen (aan de werkgever) van de kosten voor een overcomplete auto cq. het afkopen van het leasecontract bepaalt de lessor de kosten van een voortijdige contractbeëindiging, Dat bedrag wordt dan één op één door de werkgever doorbelast aan de vertrekkende werknemer, als zijnde de ontstane schade.
Wettelijk is dat een correcte gang van zaken, maar degene die moet betalen, heeft er recht op dat bewezen wordt dat het een redelijke en billijke vergoeding betreft.
En precies daar gaat het meestal fout; de lessor verklaart zijn afkoopvergoeding niet en de werkgever heeft weinig interesse om dat aan te vechten en vindt dat de vertrekkende werknemer niet moet zeuren, hij/zij is “er immers mee akkoord gegaan”. De VZR is vasthoudend geweest in de begeleiding van een van haar leden en heeft daarmee bereikt dat lessors en werkgevers zonodig gemakkelijker tot een redelijke afwikkeling kunnen worden aangespoord. Goede controle en verklaring was nodig en blijft nodig.

Geplaatst door: Roel Hindriks op

Het begint al met de definitie die in de tekst is opgenomen: “Een leaseauto is: “een auto die ter beschikking is gesteld aan de werknemer voor een bepaalde periode””. Dat is niet de definitie van een leaseauto maar van een auto van de zaak. Ik ben het er overigens mee eens dat de afkoop van een leasecontract (in het geval de auto van de zaak door de werkgever wordt geleased) de kern van het probleem waar dit artikel over gaat is. Dat laat overigens onverlet dat werkgevers die auto’s kopen ipv leasen ook afkoopsommen kunnen opleggen. Zij leiden dan immers ook economische schade door de noodzaak tot vroegtijdige verkoop van het voertuig. En ook hier zouden misstanden in kunnen voorkomen, waarbij het nog veel lastiger wordt om de billijkheid van het vastgestelde bedrag te beoordelen.

Geplaatst door: Theodoor van Es op