De verzelfstandigde divisie kan zich dan richten op motoren die voldoen aan de steeds striktere emissie-eisen terwijl Volvo meer aandacht kan besteden aan elektrische aandrijvingen. Volvo denkt dat de overgang naar elektrisch slechts gefaseerd zal gebeuren zodat er voorlopig nog een grote vraag naar meer traditionele aandrijvingen zal blijven.

Volvo bouwt momenteel jaarlijks rond de 600.000 ‘traditionele’ verbrandingsmotoren. Dat kan door de samenwerking met Geely toenemen tot zo’n twee miljoen per jaar, hoopt CEO Hakan Samuelson. Bij de nieuwe divisie komen 3.000 medewerkers van Volvo en 5.000 collega’s van Geely te werken. Zij houden zich bezig met onderzoek en ontwikkeling, inkoop, fabricage, IT en financiering. Volvo Cars benadrukt daarbij dat er geen ontslagen zullen vallen. Geely stelt dat het nieuwe bedrijf haar ook in staat stelt geavanceerde en efficiënte verbrandingsmotoren en hybride aandrijvingen beschikbaar te hebben voor de andere dochterbedrijven Proton, Lotus, LEVC en Lynk & Co. Dat moet die merken volgens het moederbedrijf nieuwe groeimogelijkheden bieden. Opmerkelijk daarbij is dat met name LEVC, de fabrikant van Londense taxi’s, en Lynk & Co zich tot nu toe uitsluitend lijken te richten op elektrische auto’s.