Die groei komt voor het grootste deel voor rekening van de Oost-Europese landen. Zo werden in Roemenië bijna een kwart meer auto’s verkocht, kwam Hongarije op een plus van 17,5 procent en laten kleinere landen als Letland en Kroatië eveneens een toename in de dubbele cijfers zien. Ons land staat met een plus van 7,1 procent in de grote middenmoot. Bij de grote automarkten doet Spanje het ’t beste met zeven procent groei terwijl ook Frankrijk nog aan de positieve kant zit met drie procent hogere verkopen. In Duitsland bleef de markt nagenoeg stabiel, Italië incasseert een daling met drie procent terwijl het door Brexit getergde Groot-Brittannië de automarkt met bijna zeven procent zag krimpen.

Wat merken betreft blijft de Volkswagen Groep met 3,58 miljoen verkochte auto’s, één procent meer dan in 2017, verreweg de grootste. PSA is nu dankzij de overname van Opel/Vauxhall tweede met ruim 1,85 miljoen. Dat is een-derde meer, wat grotendeels te danken is aan de uitbreiding met het Duits/Britse merk hoewel zowel Peugeot als Citroën ook vijf procent meer auto’s verkochten. Renault is samen met Dacia derde met 1,6 miljoen exemplaren, een slechts lichte stijging van 0,8 procent, terwijl FCA met 1,026 miljoen ook nog boven de miljoen verkochte auto’s uitkomt. Bij die laatste groep spant Jeep de kroon want dat verkocht liefst 56 procent meer auto’s dan in 2017. Omdat de andere merken binnen FCA het veel slechter deden, komt die groep als geheel toch ruim twee procent lager uit.