Column Clem Dickmann: Dealertrots

Onlangs kwam op de radio een recent geswitchte automanager aan het woord. Bij importeurs is jobhoppen immers een veelvoorkomend verschijnsel. In dit geval ging het om een overstap van BMW naar Toyota. Nou kun je van Toyota zeggen wat je wilt, maar het voelt niet als een promotie, toch?

Wat me echter opviel aan die nieuwbakken Toyota-chef was de passie waarmee hij over dat passieloze merk repte. Alsof ie ze zelf maakte en al jarenlang bij het concern betrokken was. En ik dacht: da’s toch fantastisch. Wat zijn we toch bevoorrecht om rondom zo’n prachtig product te mogen werken. Importeur- en fabrieksmensen zijn altijd gek van hun merk, hoe beroerd die dingen er soms ook uitzien.

Een schakel verderop in de keten ligt dat even anders. Ter voorbereiding op de nieuwe Dealerholding Top-100 bezoek ik vrijwel alle websites van die bedrijven. En daar slaat toch weer de verwarring toe. Eenheid is ver te zoeken, ondanks dat ze allemaal groot zijn en dezelfde bedrijfstaak hebben: zoveel mogelijk auto’s, uren en onderdelen verkopen van de merken waarmee ze een contract hebben.

Soms is de dealersite niet van die van de importeur te onderscheiden, soms lijken ze in niets op elkaar. Sommige sites zijn strak en modern, nogal eens zijn ze ronduit rommelig. Nu wil ik hier zeker geen pleidooi houden voor koekoek eenzang. Verre van dat zelfs. Waar ik wel meer van terug zou willen zien is de bedrijfstrots die al deze ondernemers in zich dragen.

Al enkele jaren maken we voor dit fraaie medium de interviews met holdingbazen. Anders dan de importeurmanagers (heb je er een gesproken, heb je ze allemaal gesproken) is hun verhaal altijd uniek en oorspronkelijk. Bijzondere ontstaansverhalen en toekomstvisies van bedrijven die al decennialang verantwoordelijk zijn voor de belangrijkste vorm van mobiliteit in ons land. Met recht iets om trots op te zijn. En dat gevoel moet je natuurlijk delen met je klanten. Maar wat doen de meesten? Heel veel reclame maken voor de jongste modellen en nauwelijks aandacht voor dat bedrijfsgevoel.

Ik wil als klant best graag iets weten van een van mijn belangrijkste leveranciers. Dus graag – naast al die noodzakelijk autoreclame hoor – toch graag meer passie dames en heren. Wees trots op je geschiedenis, hij mag er in de meeste gevallen ook wezen! Benadruk de lollige details (zo vond ik de zuinigheid van Van Beynum erg geestig) en misschien wel het belangrijkste: stel je niet op als willoos en kleurloos verlengstuk van die fabrikant.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Column Clem Dickmann: Dealertrots - Automobielmanagement.nl

Column Clem Dickmann: Dealertrots

Onlangs kwam op de radio een recent geswitchte automanager aan het woord. Bij importeurs is jobhoppen immers een veelvoorkomend verschijnsel. In dit geval ging het om een overstap van BMW naar Toyota. Nou kun je van Toyota zeggen wat je wilt, maar het voelt niet als een promotie, toch?

Wat me echter opviel aan die nieuwbakken Toyota-chef was de passie waarmee hij over dat passieloze merk repte. Alsof ie ze zelf maakte en al jarenlang bij het concern betrokken was. En ik dacht: da’s toch fantastisch. Wat zijn we toch bevoorrecht om rondom zo’n prachtig product te mogen werken. Importeur- en fabrieksmensen zijn altijd gek van hun merk, hoe beroerd die dingen er soms ook uitzien.

Een schakel verderop in de keten ligt dat even anders. Ter voorbereiding op de nieuwe Dealerholding Top-100 bezoek ik vrijwel alle websites van die bedrijven. En daar slaat toch weer de verwarring toe. Eenheid is ver te zoeken, ondanks dat ze allemaal groot zijn en dezelfde bedrijfstaak hebben: zoveel mogelijk auto’s, uren en onderdelen verkopen van de merken waarmee ze een contract hebben.

Soms is de dealersite niet van die van de importeur te onderscheiden, soms lijken ze in niets op elkaar. Sommige sites zijn strak en modern, nogal eens zijn ze ronduit rommelig. Nu wil ik hier zeker geen pleidooi houden voor koekoek eenzang. Verre van dat zelfs. Waar ik wel meer van terug zou willen zien is de bedrijfstrots die al deze ondernemers in zich dragen.

Al enkele jaren maken we voor dit fraaie medium de interviews met holdingbazen. Anders dan de importeurmanagers (heb je er een gesproken, heb je ze allemaal gesproken) is hun verhaal altijd uniek en oorspronkelijk. Bijzondere ontstaansverhalen en toekomstvisies van bedrijven die al decennialang verantwoordelijk zijn voor de belangrijkste vorm van mobiliteit in ons land. Met recht iets om trots op te zijn. En dat gevoel moet je natuurlijk delen met je klanten. Maar wat doen de meesten? Heel veel reclame maken voor de jongste modellen en nauwelijks aandacht voor dat bedrijfsgevoel.

Ik wil als klant best graag iets weten van een van mijn belangrijkste leveranciers. Dus graag – naast al die noodzakelijk autoreclame hoor – toch graag meer passie dames en heren. Wees trots op je geschiedenis, hij mag er in de meeste gevallen ook wezen! Benadruk de lollige details (zo vond ik de zuinigheid van Van Beynum erg geestig) en misschien wel het belangrijkste: stel je niet op als willoos en kleurloos verlengstuk van die fabrikant.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding