Volkswagen heeft in het eerste kwartaal ondanks de crisis nog 900 miljoen euro winst weten te maken. Dat was wel 3,9 miljard euro minder dan een jaar eerder maar toch kwam er bijna een miljard bij in de kas. BMW kwam op een brutowinst van 800 miljoen, zelfs vijf procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Daimler kwam ook positief uit met 617 miljoen euro winst, driekwart minder dan een jaar eerder. 

Hoewel de cijfers niet helemaal vergelijkbaar zijn, kan je met de Spaanse slag stellen dat de drie Duitse autobedrijven in drie maanden tijd dus een goede 2,3 miljard hebben overgehouden. Dat komt dan weer bij de 12,7 miljard die netto over heel 2019 werd verdiend, vijf miljard voor de Volkswagen groep, 2,7 miljard voor Daimler en vijf miljard voor de BMW Groep. Die bedragen zorgen er voor dat er in Duitsland nogal afwerend wordt gereageerd op de roep van de auto-industrie om een slooppremie om de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden. De drie autofabrikanten hebben al tienduizenden werknemers de tijdelijke WW ingestuurd, moet je ze nu ook helpen om auto’s te verkopen?

Virtuele top

De Duitse autobazen waren vorige week virtueel op bezoek bij bondskanselier Merkel en een aantal van haar ministers voor de zoveelste autotop. Daar drongen ze aan op een slooppremie naar het voorbeeld van die van ruim tien jaar geleden, na de financiële crisis van 2008, om de markt een push te geven. Ook in Duitsland is de automarkt immers ingestort. Het Kraftfahrt Bundesamt meldde dat er in april 61 procent minder auto’s zijn geregistreerd dan een jaar eerder, wat overigens nog licht meevalt vergeleken bij de klappen van 90 procent of meer in Frankrijk, Spanje, België en ook Groot-Brittannië. 

Maar de Duitse regering staat niet zo te juichen over zo’n maatregel. Moet je een sector die zelfs in de eerste drie maanden van dit coronajaar nog miljarden heeft verdiend een steuntje in de rug bieden? Moet je ook willen dat er juist weer meer in plaats van minder auto’s op de weg komen, is een achterliggende gedachte. Een teken aan de wand is ook dat een onderzoek dit weekend liet zien dat 63 procent van de Duitsers niets ziet in zo’n slooppremie. Mocht er toch een regeling komen, dan zal de keiharde eis in ieder geval zijn dat die alleen geldt voor wie een schone auto aanschaft, liefst een elektrische. Het kan niet zo zijn dat een overheid die het klimaat nog altijd voorop stelt gaat stimuleren dat er meer SUV’s worden verkocht, wat tot nu toe in ieder geval op de Duitse markt nog altijd de tendens is. 

Sloopregeling 

Ook in ons land en de rest van Europa wordt aangedrongen op zo’n sloopregeling. Bovag en RAI Vereniging benadrukten onlangs in een gezamenlijke verklaring ‘dat het van groot belang is om te blijven inzetten op verduurzaming van het wagenpark via de verkoop van schone en zuinige auto’s en elektrische modellen.’ Naast de al geplande aanschafsubsidie op elektrische auto’s per 1 juli, moet er daarom ook een slooppremie komen voor oude auto’s. ‘’Niet alleen stimuleert dit de economie, maar het zorgt er bovenal voor dat we blijven werken aan schonere lucht en een beter klimaat,’’ is het groene argument. 

Op Europese schaal heeft de machtige autokoepel Acea samen met de collega-organisaties van dealers en toeleveranciers aangedrongen op een ‘gecoördineerde voertuig vernieuwings regeling voor alle soorten voertuigen en categorieën in de hele Europese Unie’. Dat kan zorgen voor een stimulans van de vraag bij zowel particulieren als zakelijke klanten, steunt het economisch herstel en zal de verjonging van de Europese vloot versnellen, stelt de autowereld. Acea c.s. willen dat zulke regelingen zowel door de EU als vanuit de nationale schatkisten worden betaald. Eric-Mark Huitema, de Nederlandse secretaris-generaal van Acea, zegt: ‘’Het is cruciaal dat we de hele auto-waardeketen weer in beweging brengen. We hebben een gecoördineerde herlancering van de industriële en de retailactiviteiten nodig. Dat vereist doelgerichte maatregelen om de vraag en de investeringen te ontlokken. Stimuleren van de vraag geeft een boost aan het benutten van de productiecapaciteit waarmee banen en investeringen worden veilig gesteld.’’