Bovag en RAI Vereniging roepen het kabinet op deze route niet te bewandelen, omdat een hogere BPM zorgt voor minder verkoop van nieuwe auto’s. De nieuwste auto’s zijn juist de zuinigste, getest volgens nieuwe strenge eisen en dus keihard nodig om de klimaatdoelstellingen te halen.

Na de doorrekening van de planbureaus kondigde het kabinet aan dat elektrische auto’s geen oversubsidiëring mogen krijgen, de tweedehands markt gestimuleerd moet worden en de vaste lasten voor diesel- of benzine-auto’s niet hoger mogen worden. Dat zijn maatregelen die de brancheorganisaties toejuichen, maar er werd door premier Rutte en minister Wiebes tevens aan toegevoegd dat “de plannen moeten passen binnen de budgettaire kaders”. Dat duidt erop dat een verhoging van de BPM -tot wel 50 procent- wordt overwogen. Dat zou neerkomen op een gemiddeld BPM-bedrag dat stijgt van 4.700 euro tot wel 7.000 euro voor een benzineauto. Voor een dieselauto is de stijging zelfs nog hoger, van 8.900 euro tot 13.500 gemiddeld.

Vicieuze cirkel

Bovag-voorzitter Bertho Eckhardt wil het kabinet en de automobilist behoeden voor een vicieuze cirkel: “Een hogere BPM zorgt voor minder nieuwverkoop en dan zal de CO2-uitstoot minder hard dalen dan was voorzien. Daarnaast dalen de ingeboekte BPM-inkomsten als de verkoop van benzine- en dieselauto’s daalt en dan zijn er straks dus weer nieuwe maatregelen nodig om het benodigde geld op te halen en om alsnog de klimaatdoelstellingen te halen. Met zulk beleid gaat dit proces zich telkens herhalen en blijf je onnodig geld rondpompen. Wij zien dat het forceren van heel hoge verkoopaantallen elektrische auto’s op korte termijn tot duur beleid leidt, met grote en ongewenste neveneffecten. Terwijl als we net wat verder kijken, we zien dat de elektrische auto binnen tien jaar met veel minder ondersteuning van de overheid voor elke autokoper aantrekkelijk en bereikbaar wordt.”

RAI Vereniging voorzitter Steven van Eijck; “In vergelijking met ons omringende landen in Europa hebben wij een verouderd wagenpark. Dat wordt komende jaren alleen maar erger. Sinds 2012 is de gemiddelde BPM op benzine en dieselauto’s al met zo’n 56 respectievelijk 83 procent gestegen. Dat staat haaks op de afspraken met het Kabinet om de BPM juist af te bouwen. Het is onbegrijpelijk dat het Kabinet een maatregel overweegt dat onze gezamenlijke klimaat-, milieu- en verkeersveiligheidsambities juist ondermijnt. Een hogere BPM leidt tot meer uitstoot van CO2 en schadelijke stoffen, minder verkeersveiligheid en nog meer files. Wij hebben voldoende ideeën om die ambities op een voor iedereen betaalbare en haalbare manier in te vullen en gaan graag met het Kabinet daarover in gesprek.”