Dat antwoordt staatssecretaris Vijlbrief van financiën op vragen van het kamerlid Helma Lodders (VVD). In de autobranche was ongerustheid ontstaan over een voorgestelde wijziging in de BPM-regels voor invoerauto’s. Vanaf 2021 wordt volgens het voorstel het belastbaar feit voor de belastingen op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) vastgesteld op de inschrijving van het motorrijtuig in het kentekenregister. Dat is bedoeld om de fiscale bevoordeling van parallelimport ten opzichte van de binnenlandse markt te beëindigen. Ook biedt het plan belangrijke handvatten voor meer toezicht op parallelimport, vermindert het aantal bezwaarschriften en maakt het de BPM minder complex, aldus Vijlbrief.

Geen gevolgen

“De aanpassing van het belastbaar feit in de BPM heeft geen gevolgen voor de behandeling van de BTW. Voor nieuwe motorrijtuigen die worden ingeschreven in het kentekenregister is en blijft de regel gelden dat geen BTW wordt geheven over de BPM wanneer de inschrijving (en dus de afdracht van BPM) plaatsvindt op naam en voor rekening van de koper. Het voorstel heeft verder ook geen impact op de behandeling van BTW bij gebruikte motorrijtuigen die worden ingeschreven in het kentekenregister omdat bij de verkoop van gebruikte auto’s waarvoor (reeds eerder) BPM is afgedragen de regel is en blijft dat de BPM geen onderdeel is van de maatstaf van heffing waarover BTW wordt betaald.’’

Fiscaal gunstiger

Het importeren van gebruikte motorrijtuigen is op dit moment fiscaal gunstiger dan het inkopen van gebruikte motorrijtuigen op de binnenlandse markt. Bij inkoop op de binnenlandse markt betaalt de ondernemer (bijvoorbeeld de dealer) aan de verkoper een prijs inclusief de nog op het motorrijtuig drukkende BPM. De BPM is in de inkoopprijs verdisconteerd. Wordt hetzelfde motorrijtuig uit het buitenland geïmporteerd, dan is pas BPM verschuldigd als de auto op naam wordt gesteld van de klant. De tijd dat het motorrijtuig bij de importhandelaar in de bedrijfsvoorraad staat, wordt het motorrijtuig ouder en er ontstaat dan recht op extra leeftijdskorting voor de BPM. Bij tenaamstelling na import is daardoor minder BPM verschuldigd dan de BPM die op hetzelfde motorrijtuig in de inkoopprijs is vervat op de binnenlandse markt. “Dit wordt zoveel mogelijk rechtgetrokken doordat het belastbaar feit de inschrijving in het kentekenregister wordt en de grondslag bij gebruikte motorrijtuigen wordt bepaald op het moment van het onderzoek naar de inschrijving door de RDW,’’ aldus het antwoord.

CO2

Vijlbrief licht ook nog toe wat het voorstel betekent voor het bepalen en betalen van de BPM bij nieuwe motorrijtuigen. “Wat betreft het bepalen van de BPM is bij nieuwe personenauto’s hoofdzakelijk van belang wat de omvang van de CO2-uitstoot is. De CO2-uitstoot wordt in de praktijk op dit moment bepaald bij de inschrijving van de personenauto in het kentekenregister. Over de extra CO2-uitstoot als gevolg van accessoires die tussen inschrijving en tenaamstelling worden aangebracht, wordt dus op dit moment geen BPM betaald. Het voorstel sluit hierop aan.’’