Volgens de officier van justitie is het begrijpelijk dat de gedupeerden erin zijn getrapt; het leek een normaal bedrijf. De onderneming stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, had drie bedrijfslocaties, meerdere bankrekeningen en een professionele website. Er werd geadverteerd, via internet en langs de weg. Het bedrijf was telefonisch en per e-mail bereikbaar. “Aan de buitenkant was er niets wat klanten aan het twijfelen hoefde te brengen , maar het bleek een façade, een luchtbel”, aldus de officier van justitie.

Oplichting

Er is volgens de officier nooit één enkele intentie geweest om ook maar één auto te leveren. Juridisch is dit te duiden als oplichting. ‘’Want het was geen echt bedrijf waarmee je echt zaken kon doen, er werd niet gewerkt op die drie kantoren – behoudens het incidenteel ontvangen van klanten in Duiven. Betwijfeld wordt of de medewerkers die de mails beantwoordden, echt bestaan. Er zijn nooit pogingen ondernomen om auto’s in te kopen en er werden nooit auto’s geleverd.’’

Handig

De officier stelde dat er handig misbruik is gemaakt van het vertrouwen van mensen, van de manier waarop we gewend zijn met elkaar om te gaan: het is normaal om als particulier een leasecontract aan te gaan, en het is reëel als daarvoor een aanbetaling wordt gevraagd. In totaal hebben de gedupeerden aanbetalingen gedaan variërend van 400 tot 5600 euro. Het geld van de aangevers is weg. Voor een klein deel is het geld gebruikt om bedrijfskosten te betalen. Het grootste deel is door verdachte contant opgenomen.

Schadevergoeding

De geëiste gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, vindt de officier passend. Daarnaast moet verdachte schadevergoeding aan de gedupeerden betalen. De 41-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en witwassen. Alles stond op naam van de verdachte. Hij had ontmoetingen met klanten. Hij was de enige die beschikte over de pasjes met pincode, en was de enige die geld contant van de rekening opnam. Zelf geeft de verdachte aan dat ook hij erin is geluisd. Een compagnon zou het meeste hebben geregeld, volgens hem. Dat er minimaal één ander bij de oplichting betrokken was, vindt de officier wel bewezen. Maar wie die compagnon dan was, is uit het onderzoek niet gebleken.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding