De Vlaamse test is erop gericht om rijdende auto’s informatie aan elkaar te laten doorgeven. In eerste instantie is er een bestuurder aanwezig die op deze informatie reageert. Op termijn is het echter de bedoeling dat auto’s zelfstandig gaan reageren, bijvoorbeeld als een voorganger remt.

3,5 miljoen

Op het testtraject rijden twee voertuigen die zijn uitgerust met connectiviteitsapparatuur, en daartussen een auto die deze apparatuur niet aan boord heeft. De onderzoekers willen weten hoe de ‘autonome’ auto’s reageren op het voertuig zonder technologie. Om de proef mogelijk te maken investeert de Vlaamse overheid 3,5 miljoen euro in het project. Hiertoe is onder meer een aparte rijstrook vrijgemaakt op de B-weg E313, maar als de test goed verloopt zullen de auto’s ook deel gaan uitmaken van het gewone verkeer.

Vlotter en veiliger

Het project is vooral gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid. “De communicatie tussen de auto’s leidt ertoe dat er veel sneller gereageerd kan worden in het verkeer”, zegt Bart Lannoo van Imec/Universiteit Antwerpen. “Op die manier vermijden we plots remmen, filevorming, enzovoort. Bovendien verloopt het verkeer vlotter en veiliger.”

Gemeenschappelijke standaard

Een probleem dat de onderzoekers nog aankaarten is dat autofabrikanten nu verschillende technologieën ontwikkelen om de zelfrijdende auto waar te maken, en er geen gemeenschappelijke standaard is ontwikkeld. Lannoo: “Het is voor de connectiviteit tussen voertuigen belangrijk dat auto’s van verschillende merken met elkaar kunnen communiceren, en dat de industrie voor één technologie kiest. Of dat de verschillende oplossingen met elkaar kunnen communiceren.”