Dat stelt het Institut für Strategieanalysen (ISA) in een onderzoek voor het Oostenrijkse vakblad ‘AUTO&Wirtschaft’. Oostenrijk telt op dit moment nog geen 2.000 elektrische auto’s, veel te weinig om iets te betekenen voor de milieudoelstellingen. Daarom denkt ook de regering in Wenen er over vanaf 2020 geen nieuwe benzine- en dieselauto’s meer toe te laten, een plan dat vorige week zelfs in Duitsland opdook en in ieder geval ook wordt nagestreefd in Noorwegen waar nu al 1 op de 4 nieuwe auto’s elektrisch wordt aangedreven.

Maar dat plan lijkt maar weinig bij te dragen aan het wél halen van de milieudoelen. Weliswaar telt het verbannen van benzine en diesel zwaar aan, maar aan de andere kant veroorzaakt het opwekken van de voor al die EV’s benodigde stroom ook weer CO2-uitstoot. Uiteindelijk komt de besparing op nationale schaal uit op 5 tot 6 procent, berekent het instituut. In kosten voor CO2-certificaten uitgedrukt komt dat op enkele tientallen miljoenen uit.

Het instituut stelt verder dat de omschakeling er toe zal leiden dat de rond de verbrandingsmotor opgebouwde kennis op den duur waardeloos wordt. Bovendien zullen EV’s vanwege hun relatief geringe bereik ook gevolgen hebben voor de ruimtelijke ordening. Eén van de grootste problemen is echter de oplaad-infrastructuur. Oostenrijk telt nu 2.700 laadpunten maar dat zullen er tegen 2020 zeker 200.000 moeten zijn om aan de vraag te voldoen. Aan hardware alleen kost dat zeker 250 miljoen euro en daar komen dan nog een reeks andere kosten bij. ‘’Voor de autosector zelf komt daar nog een belangrijke vraag bij: worden alle verbannen benzine- en dieselauto’s vervangen door EV’s of verdwijnt een flink aantal auto’s gewoon van de weg. Dat laatste zou nog meer ingrijpende gevolgen hebben voor de economie en ook voor de werkgelegenheid.”