Meest in het oog springend is de middenklasse, waar de complete top tien beheerst wordt door ‘made in Germany’. Het maakt niet uit of ze wel of niet in Duitsland zelf van de band lopen, want dankzij de investeringen in uniforme borging is tegenwoordig ook een in het buitenland gebouwde Duitse auto in kwalitatief opzicht ‘Duits’.

De belangrijkste oorzaak van het stilvallen blijkt de elektra (accu, starter, dynamo). Deels is dat volgens de ADAC het gevolg van het toenemende aantal stroomvreters in moderne auto’s. Ook de alom toegepaste start-stopsystemen belasten de accu aanzienlijk. Verder kampen sommige autofabrikanten (Honda, Hyundai) met accu’s die niet onberispelijk blijken.

Bij de 34 jaar geleden voor het eerst gehouden ADAC Pannenstatistik neemt de organisatie een deel van de meer dan vier miljoen pechmeldingen nader onder de loep. Dit maal ging het om 230 duizend gevallen van technische mankementen. De voertuigen mogen niet ouder zijn dan zes jaar, minstens drie jaar achtereen (vrijwel) ongewijzigd zijn gebouwd en per model minstens tienduizend keer zijn geregistreerd. Dit keer zijn 92 modellen onderzocht.

In de middenklasse gaat de Audi A5 aan kop, gevolgd door de Audi Q5 en de BMW X3. Opvallend is dat buitenlandse modellen die vroeger een abonnement op nummer 1-positie hadden, zoals de Toyota Avensis of Mazda 6, niet eens in de top tien eindigen. Ook een trede hoger – de Oberklasse –  zegeviert Audi, hier met de A6. Zilver en brons zijn voor BMW 5-serie en de Mercedes E-Klasse. In de lagere middenklasse is het Mercedes (A- en B-Klasse) wat de klok slaat, met de BMW 1 op plek 3. Nog een trede lager is Mini het meest betrouwbaar; de Mitsubishi Colt bezet de tweede plek, als enige Japanner in deze ADAC-editie. De Opel Meriva is hier derde en – verrassend – Renault-dochter  Dacia eindigt met de Sandero als vierde.

Klik HIER voor de complete uitslag verdeeld in klassen.