Het gemiddelde dealerbedrijf zette van januari tot en met september 2018 ruim 8,8 miljoen euro om en dat is bijna 6 ton meer dan een jaar eerder. Die omzetgroei resulteerde echter in een winststijging van slechts 2.200 euro, oftewel een plus van 3,4 procent. 

De omzet uit verkoop van nieuwe auto’s en van occasions steeg met respectievelijk 7,5 en 4,1 procent. De gemiddelde dealer verkocht 7,1 procent meer nieuwe auto’s, terwijl de totale markt ruim 11 procent pluste in diezelfde periode. Dat verschil heeft voornamelijk te maken met voorraadvorming door WLTP en met leveringen voor private lease via andere kanalen dan de autodealer. 

In de werkplaats en het magazijn namen zowel de omzet als de absolute winst met enkele procenten toe. De absorptieratio, oftewel de mate waarin aftersales kostendekkend is voor de rest van het bedrijf, daalde van 75,7 procent in de eerste drie kwartalen van 2017 naar 74,6 procent dit jaar. 

Bert de Kroon, voorzitter BOVAG Autodealers, maakt zich zorgen over het gebrek aan broodnodige efficiency bij dealerbedrijven: “Onze Barometer is op basis van gemiddelden, maar ik constateer onder onze leden dat de verschillen tussen de best en minder presterende vestigingen toenemen. De gemene deler is echter wel dat de efficiency en processen in vooral de werkplaats te wensen overlaten, zoals blijkt uit de prognose voor gefactureerde uren per monteur en een efficiencygraad van 82 procent. Tegelijkertijd neemt het aantal fte’s toe en dat zou toch kansen moeten bieden voor optimalisatie. Het is echt zaak dat men daar bij elke dealervestiging van doordrongen is.”