Want als je kijkt naar alle exemplaren van de C4 Picasso, Scénic en Touran op de weg zou je het misschien niet zeggen, maar de mpv ondervindt de laatste jaren steeds meer tegenwind. Niet zonder toeval zullen er dit najaar tijdelijke productiepauzes zijn voor modellen als de C3 Picasso, 500L en B-Max. Op zich typisch, want het zijn reuze praktische auto’s en technisch helemaal bij de tijd.

Maar steeds meer autoconsumenten blieven geen mpv meer. Zij willen liever een cross-over. Daarin (kort samengevat) zit je wel hoog, maar rijd je niet voor schut. Opel zal om deze reden geen direct vervolg geven aan de Meriva en Zafira, maar dit tweetal vervangen door cross-over modellen. En er zijn meer mpv’s die met hun laatste ronde bezig zijn, zoals de Mazda5 en de Seat Altea.

Renault trekt zich niks aan van het doemscenario rondom de mpv en die houding verdient respect. Wel is het zo dat de nieuwe editie van de Espace een stuk lager is en daarmee niet langer een Frans alternatief voor de Galaxy van Ford is, maar voor de S-Max. En ja, die mpv krijgt óók een vervolg. Zou er bij een nadrukkelijk sportieve positionering wel voldoende afzetperspectief zijn?

Feit is dat men, met een groter model mpv, zich steeds beter kan onderscheiden van de massa. Wat hier de gevolgen van zijn, kunnen we bij Ford zien. Deze fabrikant zal op dezelfde Parijse autosalon de tweede generatie Edge presenteren: een suv die boven de Kuga in het gamma komt. Het is een auto waar ik zelf, na het zien van de eerste beelden, mijn schouders over ophaal: nogal een grijze mus.

De nieuwe S-Max daarentegen blijft verfrissend anders – en hetzelfde geldt voor de vijfde generatie Espace. Ook al is het een carrosserieconcept waarvoor alleen in Europa klandizie lijkt te zijn, ik gun Ford en Renault van harte succes. Maar om de mpv als autotype écht te kunnen redden, zal het sportieve design ook naar modellen met een kleinere maatvoering vertaald moeten worden. Iets wat bij de B-Max en Modus duidelijk niet is gelukt.