Wat betekent dat voor de variatie straks? Al die elektrowagens verschillen qua techniek en beleving net zoveel als stofzuigers – ze maken hetzelfde geluid en doen dezelfde dingen. Het onderscheidend vermogen van auto’s moet in de toekomst komen van de hoeveelheid kwH’s, de marketing en het uiterlijk. Geen wonder dat Porsche de Taycan zo verduiveld smakelijk heeft gemaakt. Het design van een auto is nu overigens ook al een sterk aankoopmotief en dat zal alleen maar groeien.

Succes wordt een stuk minder vanzelfsprekend. Wat kan een elektrische Porsche, Jaguar, BMW of Alfa Romeo straks meer dan een nuchtere Tesla? De grote verschilmakers – exquise techniek, hoge prestaties, een heel merk-specifiek karakter – zullen er straks nauwelijks meer zijn. Al die auto’s zullen allemaal hetzelfde onder de huid hebben, dezelfde motoren, hetzelfde lage zwaartepunt dankzij het grote en platte accupakket, dezelfde actieradius, dezelfde elektronische foefjes. Het kan niet anders of dat gaat de markt ingrijpend veranderen. Ik had het erover met Renaults ontwerpbaas Laurens van den Acker, die dezelfde elektrisch geladen onweersbui ziet hangen. De kortingen en subsidies op stekkermobielen zullen afnemen naarmate hun aandeel op de markt groter wordt en het moment is niet ver verwijderd dat ze niet meer voor feestprijzen aangeboden worden. Dat gaat een veel reëler – en dus hoger – tarief worden. Van den Acker vertelde dat elke elektrische auto in de nabije toekomst in principe 10.000 euro duurder zal zijn dan een (nu nog) normale auto, ongeacht de prijsklasse waarin de auto zich bevindt. Want iedereen wil namelijk minstens een actieradius van 400 kilometer, wat tot hetzelfde accupakket en dezelfde kosten dwingt.

Laten we even Porsche nemen, dat elektrische auto’s zal moeten verkopen om de uitstoot aan CO2 van zijn totale wagenpark laag te houden. Die druk wordt hoog, zo hoog dat het de prijzen ervan relatief laag zal houden, waarschijnlijk door de hogere productiekosten deels naar de 911’s en andere modellen met zuigermotoren te verschuiven. Dat zal die markt waarschijnlijk wel accepteren, want dat zijn immers auto’s voor petrolheads; liefhebbers die bereid zijn meer te betalen voor het bijzondere genoegen om van een complexe verbrandingsmotor te genieten.

Maar gaat een volumefabrikant dat probleem oplossen? Die komt in een moeilijke positie, want die kan die hogere prijzen niet elders wegwerken, waardoor zijn elektrische auto’s relatief duur zullen zijn. Er wat gebeurt er met budgetmerken? Hoe gaat Dacia auto’s verkopen als een Sandero van minder dan 12.000 euro naar 22.000 gaat vanwege zijn elektrische aandrijflijn? Er is een gezegde dat als ergens een deur dicht gaat, er elders een andere opengaat. Zal er straks ook ergens een stekker uitgaan als er ergens anders een heleboel ingaan?