Wie heeft er in vredesnaam iets aan een auto die 490 km/h kan? Je kunt die 490 km/h in de praktijk alleen rijden op VW’s testbaan, nadat je voor een fortuin zo’n ‘unique masterpiece of art, form and technique’ (woorden van Bugatti) hebt aangeschaft. Om over die baan te raggen zul je hemel en aarde moeten bewegen – en dan mag het nog steeds niet. Directeur Stephan Winkelmann zei na afloop dat Bugatti nu voldoende heeft bewezen de snelste auto’s van de wereld te bouwen. Echt waar? Met auto’s waarvan er nog nooit een ‘n race heeft gewonnen?

De vraag is gerechtvaardigd waar de industrie mee bezig is. De ene na de andere te zware SUV wordt geïntroduceerd en als er een nieuwe elektrische auto op de markt komt, gaat die zo goed als altijd bloedhard terwijl ze toch eigenlijk bedoeld zijn om de lucht te klaren en de wereld te redden. Porsche gehoord over de Taycan? Prestaties op topniveau. Een rondetijd op de Ring van slechts zeven minuten en 42 seconden, waarmee het de snelste elektrisch aangedreven vierdeurs sportwagen op dat parcours is. Een vermogen van 761 pk en een sprintje van 0 naar 100 in 2,8 seconden. Tesla doet naar hartenlust mee met zijn Model S en Ludicrous Mode.

Als je een beetje pittig rijdt met zo’n Model S gaat het verbruik al snel naar 0,25 kWh per kilometer, zo las ik op een forum van Tesla-piloten. Bij 30.000 kilometer per jaar komt dat neer op 7500 kWh, wat evenveel is als vijf (!) eenpersoonshuishoudens in een jaar verbruiken. Ik weet ook wel dat elektrische energie door zon en wind bijna gratis kan zijn, maar als iedere automobilist zijn persoonlijk verbruik zo rücksichtslos verveelvoudigt als menig elektrische rijder nu, dan hebben we straks wel heel erg veel molens en panelen nodig.

De enig elektrische auto waarvoor ik echt bewondering heb, is de BMW i3. Hij heeft een kleine voetafdruk, is niet op waanzinnige prestaties gericht en doet heel eerlijk wat hij moet doen. Wat mij betreft, is hij de grote mijlpaal in dit verhaal.