Met spoed gezocht: goede automonteurs

Steeds minder jongeren kiezen ervoor automonteur te worden. Hoe onterecht ook, het werk wordt nog steeds geassocieerd met iets waar je vieze handen van krijgt. En dat terwijl de automonteur van de toekomst welhaast een it-er is. Hoe hoog is de nood op dit vlak inmiddels? En wat moeten autobedrijven eraan doen om goed technisch personeel te vinden én te behouden?

Wie je ook spreekt in de branche, het antwoord is steeds even onheilspellend: steeds meer jongeren halen hun neus op voor technische opleidingen, waardoor er in de toekomst wel eens een acuut tekort aan goed geschoold technisch personeel zou kunnen ontstaan. Akkoord, we schetsen een doemscenario maar feit is dat de aanwas van nieuwe automonteurs in rap tempo aan het afnemen is. Ook opleidingsinstituut Innovam signaleert een ‘dalende trend’. "Er wordt minder voor technische opleidingen gekozen", stelt Eric van ’t Hof, senior consultant bij de opleider. "Daarbij speelt ook de beeldvorming een rol, want veel ouders zijn van mening dat je er vieze handen van krijgt en dat er weinig werk is te vinden op dit vlak."

Tweedeling
En dat laatste is volgens Van ’t Hof dus zeker niet het geval. "Goed technisch personeel wordt schaarser. En het beroep wordt als gevolg van de alsmaar toenemende rol van elektronica dusdanig hightech dat het ook sexy gaat worden." De opkomst van ict-elementen is volgens hem in een stroomversnelling geraakt. "De verdeling tussen mechanica en elektronica was eenderde tweederde, maar dat zal binnen tien jaar precies andersom zijn. De vraag is echter of al deze kennis bij één persoon kan worden ondergebracht." Van ’t Hof denkt dat er een tweedeling zal ontstaan tussen monteurs die gespecialiseerd zijn in mechanica c.q in elektronica. "De uitdaging zit hem er vervolgens in om ze goed met elkaar te laten samenwerken", zegt hij. "Het moet niet zo zijn dat er een beeld ontstaat van monteurs die zogenaamd simpel mechanisch werk doen en collega’s die de hightech doen, dat is niet wenselijk." Hij denkt dat er in de toekomst in de werkplaats steeds meer specialisten gaan komen die zich gaan richten op bepaalde deelgebieden. Daarnaast wordt ook bijscholing volgens hem belangrijker dan ooit. "De ontwikkelingen gaat steeds sneller, die moet je wel blijven bijbenen."

Trial and error

Volgens Van ’t Hof van Innovam zien lang niet alle autobedrijven daarvan het belang in. "Ze denken: ik ben een monteur een dag kwijt en ik moet ook nog voor de cursus betalen", legt hij uit. "Maar niet bijscholen is geen optie want dan krijg je straks auto’s binnen waarbij de techniek op jou voorloopt." Op het gebied van technische opleidingen ziet hij een hoop ruimte voor verbetering. "Bij veel jonge monteurs is de basiskennis van elektrotechniek onder de maat. Bovendien hebben ze vaak moeite met de bediening van meet- en regelapparatuur." Ook aan probleemoplossend vermogen schort het volgens Van ’t Hof nog wel eens bij jeugdige monteurs. "Er wordt vaak volgens trial and error gewerkt in plaats van dat er systematisch wordt gedacht. Ze hebben vaak geen helikopterview."

Geen zin

Die mening wordt gedeeld door Reinier van Westerveld. Hij is chef werkplaats bij Hyundai-dealer Bert Wieten en werd onlangs door Innovam verkozen tot ‘Beste Leermeester’. "Vaak kijken jonge monteurs heel ad hoc naar problemen", stelt hij. "Er gaat een lampje branden en dat gaan ze oplossen, zonder dat ze weten hoe het desbetreffende systeem exact werkt." Van Westerveld wil de leerling-monteurs die hij onder zijn hoede krijgt dan ook vooral leren om zelf informatie te (blijven) vergaren. "Ik vraag ze meestal eerst hoe een systeem werkt en als ze dat niet weten, laat ik het ze ’s avonds opzoeken op de computer. Ik probeer leerlingen bewust te maken van het feit dat kennis opdoen heel belangrijk is om bij te blijven." Volgens Van Westerveld ontbreekt het bij monteurs in spe nog wel eens aan de motivatie om dat te doen. "Mijn mening is dat als je voor een specifiek beroep als automonteur hebt gekozen, dat je dan ook de passie en de motivatie hebt om er vol voor te gaan. Dat is geen negen-tot-vijf verhaal. ‘Ik weet het niet’ vind ik niet erg, want daarvan kun je leren. Maar ‘ik heb geen zin om het op te lossen’ is voor mij geen optie."

Rommel

Aan de andere kant ziet Van Westerveld ook een belangrijke rol weggelegd voor autobedrijven om automonteurs in opleiding goed te begeleiden. "Er zijn er genoeg die leerlingen maar de rommel in de werkplaats laten opruimen omdat ze denken dat hij toch niet zoveel kan", vertelt hij. "Je moet wel investeren in je toekomstige monteurs. Zeker nu ze schaarser worden, moet je de monteurs díe je hebt koesteren." Ook Van Westerveld ziet de interesse in het vak automonteur afnemen. "Als ik in gesprek ga met leerling-monteurs, signaleer ik ook vaak dat de motivatie ver te zoeken is. Ook op dat vlak is een afname te bespeuren." Volgens hem is een goede opleiding belangrijker dan ooit. "Alles valt of staat daarmee. Een paar jaar geleden kwam je nog een heel eind als je goed kon sleutelen, maar tegenwoordig moet je ook gewoon veel kennis hebben van elektronica." Volgens hem sluiten de technische opleidingen steeds beter aan bij de praktijk. "Enkele jaren geleden werd er nog gewerkt met lesstof die was toegespitst op auto’s van twintig jaar geleden, maar daarin is gelukkig veel veranderd. Opleidingen moeten één op één aansluiten op de technische ontwikkelingen – en die gaan snel." Daarom is bijscholing volgens de leermeester ook heel belangrijk. "Een opleiding volgen is één, maar aan de bijscholing schort het nog wel eens. Veel monteurs hebben een paar jaar geleden een cursus diagnosetechniek gevolgd, maar je praat over een vak dat in vijf jaar tijd enorm veranderd is." Volgens hem moeten monteurs dan ook trainingen en cursussen blijven volgen. "Onze monteurs zijn per jaar zo’n acht dagen op training en dat vind ik voor een allround eerste monteur echt een vereiste. Het vak van automonteur zal blijven veranderen. "Auto’s worden kwalitatief steeds beter, dus de nadruk zal minder op reparaties komen te liggen en meer op het onderhouden van elektronica. De frequentie van updates bijvoorbeeld zal blijven toenemen."

Nauwe samenwerking

Als je als autobedrijf de motivatie bij je monteurs op hoog niveau wilt houden, is het volgens Leon van den Elsen ook zaak ze te betrekken bij het reilen en zeilen van het bedrijf en gezamenlijk uitdagingen aan te gaan. Van den Elsen is servicemanager bij Rüttchen Automotive, het bedrijf dat door de Innovam onlangs tot ‘Beste Leerbedrijf’ werd uitgeroepen. "Het hebben van goed technisch personeel is het allerbelangrijkst, dat bepaalt of een bedrijf succesvol is", stelt hij. Een nauwe samenwerking met hen is daarbij cruciaal, zo stelt hij. "Alleen loop je harder, maar samen loop je verder. Vaak worden medewerkers alleen aangesproken als iets fout gaan, doe dat ook als het goed gaat." Volgens Van den Elsen heeft Rüttchen de verkiezing tot Beste Leerbedrijf te danken aan het feit dat leermeesters Maarten Gevers en Maik Steenbakkers de leerlingen heel nauw begeleiden en samen met hen doelen stelt. "Er is ook nauw contact met de school waarmee we samenwerken, het Koning Willem I College in Den Bosch. Van den Elsen ziet de belangstelling voor het vak automonteur ook minder worden, maar is niettemin positief gestemd over de toekomst. "Dat zal weer gaan aantrekken doordat er steeds meer elektronica komt. Voor het werk waarvan je vieze handen krijgt, zal het lastiger gaan worden om personeel te vinden."

Ook hij ziet een opsplitsing ontstaan in monteurs elektronica en mechanica. "De uitdaging zit hem erin die mensen met elkaar te laten communiceren en samen te laten werken. Vaak wordt er nu eerst gedacht aan een elektronische storing, maar het kan natuurlijk ook mechanisch zijn." Hij ziet dat jonge monteurs vaak haastig zijn en niet goed lezen. "Het zijn vaak echte doeners die later pas gaan nadenken. De leermeester moet daarom vooral rust zien te creëren." Het is volgens Van den Elsen belangrijk dat jonge monteurs het volledige plaatje leren te zien. "Je moet eerst uitzoomen en dan inzoomen. Als er een lampje brandt, denken ze de oplossing vaak al te weten." Volgens hem gaat er in de komende jaren veel veranderen voor de automonteur. "Ze moeten in de toekomst kunnen omgaan met hybride auto’s, elektrische auto’s en wellicht ook waterstofauto’s. Ook car-to-car-communicatie zal een steeds grotere rol gaan spelen, met alle nieuwe uitdagingen van dien."

Toch ziet hij bij veel autobedrijven een afwachtende houding. "Iedereen zit een beetje in de wachtstand, omdat we niet precies weten waar het naartoe gaat. De vraag is of het beroep van automonteur verandert in it’er of dat we monteurs moeten gaan omscholen tot it’er. Het kan ook zomaar dat we kennis moeten gaan inhuren, want de materie wordt steeds complexer."

Hoewel er een tekort aan goed geschoolde monteurs dreigt te ontstaan, zijn veel autobedrijven niet bereid om te investeren in toekomstig personeel. Dat stelt Koen Lau, docent bedrijfskunde bij het Automotive Instituut van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en tevens verantwoordelijk voor de public relations. "Dat komt natuurlijk ook omdat het niet overal even lekker gaat in de autobranche. Er is angst om te investeren en veel bedrijven kijken niet verder dan de komende twee maanden." Volgens Lau kan zich dat in de toekomst gaan wreken. "Vaak willen bedrijven ook niet investeren omdat ze denken dat monteurs na het afronden van hun opleiding meteen vertrekken", zegt hij. "Maar het tegendeel is waar, want een werkgever die ruimte biedt voor het volgen van opleidingen is juist heel aantrekkelijk. Er ontstaat schaarste, juist dan is een verdiepende opleiding iets waar je ook als werkgever later veel aan hebt." Volgens Lau zijn veel monteurs best bereid om een stap verder te zetten en zich te professionaliseren met een hbo-diploma, maar krijgen ze vaak nulop het rekest omdat bedrijven niet bereid zijn in ze te investeren. "Door hiaten op opleidingsvlak zie je dat het systeemdenken ondergesneeuwd raakt. In praktische zin zijn bedrijven wel bezig met zaken als elektrificatie, complexe elektronica en communicatiesystemen, maar inhoudelijk wordt er niet op ingezoomd." Het gevolg is volgens Lau dat er langzamerhand een ‘trial and error-systeem’ ontstaat waarbij componenten worden vervangen, maar de onderliggende problemen vaak niet worden gevonden. "Een obd-systeem vormt alleen het begin van de foutboom, monteurs moeten zelf de volgende stappen kunnen zetten. Ze moeten systeemtechnisch leren denken in plaats van producttechnisch, dat vraagt ook een andere kennis en een andere manier van denken." De alsmaar sneller verlopende elektrificatie is volgens Lau een proces dat je niet kunt stoppen, dus zal je er als autobedrijf op moeten inspelen. "In nieuwe auto’s zitten tientallen computers, er is veel kennis voor nodig om dan het achterliggende probleem van een storing te kunnen begrijpen. Een gedegen opleiding is daarom belangrijker dan ooit."

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Reacties

Is helemaal waar wat hier staat! Vooral bij het stukje “nauwe samenwerking” schort er heel veel denk ik… Veel leidinggevenden denken het vaak beter te weten en laten de mening van de monteur/personeel vaak gelijk achterwege waardoor de samenwerking geleidelijk aan nihil wordt en dus gaat ook de motivatie omlaag met als gevolg dat de inkomsten dalen.

Geplaatst door: techniekgek op

Ik vind dat ze de monteurs zoiezo niet goed behandelen heb zelf 18 jaar in de werkplaats gestaan en na een operatie word ik zo weggeveegd van zoek maar ander werk je bent beperkt terwijl ik nog genoeg kan doen. Heb een collega die is 57 en ze hebben hem zo gedemotiveerd je bent te oud niet productief en blabla maar dat is toch niet menselijk als je jong en sterk ben je goed en daarna wegwezen ik zou niet willen dat mijn kinderen automonteur worden ik adviseer ze andere beroep een cao die wat beter betaalt en respecteerd

Geplaatst door: kb op

Wat hierboven staat is helemaal waar, ook de 2 reacties. Het is een heel mooi vak met een mooie toekomst maar bij veel bedrijven ben je gewoon een nummertje en word je ook zo behandeld en dus word je niet gemotiveerd en het betaald ook nog eens slecht. Ik vind het niet raar dat er weinig jongeren zijn die voor dit beroep kiezen! Veel leidinggevenden hebben geen idee hoe ze de monteurs moeten motiveren. Denk kortgezegd dat het grootste probleem ligt aan de vele leidinggevenden die zichzelf liever machtig zien dan dat ze ervoor zorgen dat deze branche interessant blijft.

Geplaatst door: Automonteur op
Met spoed gezocht: goede automonteurs - Automobielmanagement.nl

Met spoed gezocht: goede automonteurs

Steeds minder jongeren kiezen ervoor automonteur te worden. Hoe onterecht ook, het werk wordt nog steeds geassocieerd met iets waar je vieze handen van krijgt. En dat terwijl de automonteur van de toekomst welhaast een it-er is. Hoe hoog is de nood op dit vlak inmiddels? En wat moeten autobedrijven eraan doen om goed technisch personeel te vinden én te behouden?

Wie je ook spreekt in de branche, het antwoord is steeds even onheilspellend: steeds meer jongeren halen hun neus op voor technische opleidingen, waardoor er in de toekomst wel eens een acuut tekort aan goed geschoold technisch personeel zou kunnen ontstaan. Akkoord, we schetsen een doemscenario maar feit is dat de aanwas van nieuwe automonteurs in rap tempo aan het afnemen is. Ook opleidingsinstituut Innovam signaleert een ‘dalende trend’. "Er wordt minder voor technische opleidingen gekozen", stelt Eric van ’t Hof, senior consultant bij de opleider. "Daarbij speelt ook de beeldvorming een rol, want veel ouders zijn van mening dat je er vieze handen van krijgt en dat er weinig werk is te vinden op dit vlak."

Tweedeling
En dat laatste is volgens Van ’t Hof dus zeker niet het geval. "Goed technisch personeel wordt schaarser. En het beroep wordt als gevolg van de alsmaar toenemende rol van elektronica dusdanig hightech dat het ook sexy gaat worden." De opkomst van ict-elementen is volgens hem in een stroomversnelling geraakt. "De verdeling tussen mechanica en elektronica was eenderde tweederde, maar dat zal binnen tien jaar precies andersom zijn. De vraag is echter of al deze kennis bij één persoon kan worden ondergebracht." Van ’t Hof denkt dat er een tweedeling zal ontstaan tussen monteurs die gespecialiseerd zijn in mechanica c.q in elektronica. "De uitdaging zit hem er vervolgens in om ze goed met elkaar te laten samenwerken", zegt hij. "Het moet niet zo zijn dat er een beeld ontstaat van monteurs die zogenaamd simpel mechanisch werk doen en collega’s die de hightech doen, dat is niet wenselijk." Hij denkt dat er in de toekomst in de werkplaats steeds meer specialisten gaan komen die zich gaan richten op bepaalde deelgebieden. Daarnaast wordt ook bijscholing volgens hem belangrijker dan ooit. "De ontwikkelingen gaat steeds sneller, die moet je wel blijven bijbenen."

Trial and error

Volgens Van ’t Hof van Innovam zien lang niet alle autobedrijven daarvan het belang in. "Ze denken: ik ben een monteur een dag kwijt en ik moet ook nog voor de cursus betalen", legt hij uit. "Maar niet bijscholen is geen optie want dan krijg je straks auto’s binnen waarbij de techniek op jou voorloopt." Op het gebied van technische opleidingen ziet hij een hoop ruimte voor verbetering. "Bij veel jonge monteurs is de basiskennis van elektrotechniek onder de maat. Bovendien hebben ze vaak moeite met de bediening van meet- en regelapparatuur." Ook aan probleemoplossend vermogen schort het volgens Van ’t Hof nog wel eens bij jeugdige monteurs. "Er wordt vaak volgens trial and error gewerkt in plaats van dat er systematisch wordt gedacht. Ze hebben vaak geen helikopterview."

Geen zin

Die mening wordt gedeeld door Reinier van Westerveld. Hij is chef werkplaats bij Hyundai-dealer Bert Wieten en werd onlangs door Innovam verkozen tot ‘Beste Leermeester’. "Vaak kijken jonge monteurs heel ad hoc naar problemen", stelt hij. "Er gaat een lampje branden en dat gaan ze oplossen, zonder dat ze weten hoe het desbetreffende systeem exact werkt." Van Westerveld wil de leerling-monteurs die hij onder zijn hoede krijgt dan ook vooral leren om zelf informatie te (blijven) vergaren. "Ik vraag ze meestal eerst hoe een systeem werkt en als ze dat niet weten, laat ik het ze ’s avonds opzoeken op de computer. Ik probeer leerlingen bewust te maken van het feit dat kennis opdoen heel belangrijk is om bij te blijven." Volgens Van Westerveld ontbreekt het bij monteurs in spe nog wel eens aan de motivatie om dat te doen. "Mijn mening is dat als je voor een specifiek beroep als automonteur hebt gekozen, dat je dan ook de passie en de motivatie hebt om er vol voor te gaan. Dat is geen negen-tot-vijf verhaal. ‘Ik weet het niet’ vind ik niet erg, want daarvan kun je leren. Maar ‘ik heb geen zin om het op te lossen’ is voor mij geen optie."

Rommel

Aan de andere kant ziet Van Westerveld ook een belangrijke rol weggelegd voor autobedrijven om automonteurs in opleiding goed te begeleiden. "Er zijn er genoeg die leerlingen maar de rommel in de werkplaats laten opruimen omdat ze denken dat hij toch niet zoveel kan", vertelt hij. "Je moet wel investeren in je toekomstige monteurs. Zeker nu ze schaarser worden, moet je de monteurs díe je hebt koesteren." Ook Van Westerveld ziet de interesse in het vak automonteur afnemen. "Als ik in gesprek ga met leerling-monteurs, signaleer ik ook vaak dat de motivatie ver te zoeken is. Ook op dat vlak is een afname te bespeuren." Volgens hem is een goede opleiding belangrijker dan ooit. "Alles valt of staat daarmee. Een paar jaar geleden kwam je nog een heel eind als je goed kon sleutelen, maar tegenwoordig moet je ook gewoon veel kennis hebben van elektronica." Volgens hem sluiten de technische opleidingen steeds beter aan bij de praktijk. "Enkele jaren geleden werd er nog gewerkt met lesstof die was toegespitst op auto’s van twintig jaar geleden, maar daarin is gelukkig veel veranderd. Opleidingen moeten één op één aansluiten op de technische ontwikkelingen – en die gaan snel." Daarom is bijscholing volgens de leermeester ook heel belangrijk. "Een opleiding volgen is één, maar aan de bijscholing schort het nog wel eens. Veel monteurs hebben een paar jaar geleden een cursus diagnosetechniek gevolgd, maar je praat over een vak dat in vijf jaar tijd enorm veranderd is." Volgens hem moeten monteurs dan ook trainingen en cursussen blijven volgen. "Onze monteurs zijn per jaar zo’n acht dagen op training en dat vind ik voor een allround eerste monteur echt een vereiste. Het vak van automonteur zal blijven veranderen. "Auto’s worden kwalitatief steeds beter, dus de nadruk zal minder op reparaties komen te liggen en meer op het onderhouden van elektronica. De frequentie van updates bijvoorbeeld zal blijven toenemen."

Nauwe samenwerking

Als je als autobedrijf de motivatie bij je monteurs op hoog niveau wilt houden, is het volgens Leon van den Elsen ook zaak ze te betrekken bij het reilen en zeilen van het bedrijf en gezamenlijk uitdagingen aan te gaan. Van den Elsen is servicemanager bij Rüttchen Automotive, het bedrijf dat door de Innovam onlangs tot ‘Beste Leerbedrijf’ werd uitgeroepen. "Het hebben van goed technisch personeel is het allerbelangrijkst, dat bepaalt of een bedrijf succesvol is", stelt hij. Een nauwe samenwerking met hen is daarbij cruciaal, zo stelt hij. "Alleen loop je harder, maar samen loop je verder. Vaak worden medewerkers alleen aangesproken als iets fout gaan, doe dat ook als het goed gaat." Volgens Van den Elsen heeft Rüttchen de verkiezing tot Beste Leerbedrijf te danken aan het feit dat leermeesters Maarten Gevers en Maik Steenbakkers de leerlingen heel nauw begeleiden en samen met hen doelen stelt. "Er is ook nauw contact met de school waarmee we samenwerken, het Koning Willem I College in Den Bosch. Van den Elsen ziet de belangstelling voor het vak automonteur ook minder worden, maar is niettemin positief gestemd over de toekomst. "Dat zal weer gaan aantrekken doordat er steeds meer elektronica komt. Voor het werk waarvan je vieze handen krijgt, zal het lastiger gaan worden om personeel te vinden."

Ook hij ziet een opsplitsing ontstaan in monteurs elektronica en mechanica. "De uitdaging zit hem erin die mensen met elkaar te laten communiceren en samen te laten werken. Vaak wordt er nu eerst gedacht aan een elektronische storing, maar het kan natuurlijk ook mechanisch zijn." Hij ziet dat jonge monteurs vaak haastig zijn en niet goed lezen. "Het zijn vaak echte doeners die later pas gaan nadenken. De leermeester moet daarom vooral rust zien te creëren." Het is volgens Van den Elsen belangrijk dat jonge monteurs het volledige plaatje leren te zien. "Je moet eerst uitzoomen en dan inzoomen. Als er een lampje brandt, denken ze de oplossing vaak al te weten." Volgens hem gaat er in de komende jaren veel veranderen voor de automonteur. "Ze moeten in de toekomst kunnen omgaan met hybride auto’s, elektrische auto’s en wellicht ook waterstofauto’s. Ook car-to-car-communicatie zal een steeds grotere rol gaan spelen, met alle nieuwe uitdagingen van dien."

Toch ziet hij bij veel autobedrijven een afwachtende houding. "Iedereen zit een beetje in de wachtstand, omdat we niet precies weten waar het naartoe gaat. De vraag is of het beroep van automonteur verandert in it’er of dat we monteurs moeten gaan omscholen tot it’er. Het kan ook zomaar dat we kennis moeten gaan inhuren, want de materie wordt steeds complexer."

Hoewel er een tekort aan goed geschoolde monteurs dreigt te ontstaan, zijn veel autobedrijven niet bereid om te investeren in toekomstig personeel. Dat stelt Koen Lau, docent bedrijfskunde bij het Automotive Instituut van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en tevens verantwoordelijk voor de public relations. "Dat komt natuurlijk ook omdat het niet overal even lekker gaat in de autobranche. Er is angst om te investeren en veel bedrijven kijken niet verder dan de komende twee maanden." Volgens Lau kan zich dat in de toekomst gaan wreken. "Vaak willen bedrijven ook niet investeren omdat ze denken dat monteurs na het afronden van hun opleiding meteen vertrekken", zegt hij. "Maar het tegendeel is waar, want een werkgever die ruimte biedt voor het volgen van opleidingen is juist heel aantrekkelijk. Er ontstaat schaarste, juist dan is een verdiepende opleiding iets waar je ook als werkgever later veel aan hebt." Volgens Lau zijn veel monteurs best bereid om een stap verder te zetten en zich te professionaliseren met een hbo-diploma, maar krijgen ze vaak nulop het rekest omdat bedrijven niet bereid zijn in ze te investeren. "Door hiaten op opleidingsvlak zie je dat het systeemdenken ondergesneeuwd raakt. In praktische zin zijn bedrijven wel bezig met zaken als elektrificatie, complexe elektronica en communicatiesystemen, maar inhoudelijk wordt er niet op ingezoomd." Het gevolg is volgens Lau dat er langzamerhand een ‘trial and error-systeem’ ontstaat waarbij componenten worden vervangen, maar de onderliggende problemen vaak niet worden gevonden. "Een obd-systeem vormt alleen het begin van de foutboom, monteurs moeten zelf de volgende stappen kunnen zetten. Ze moeten systeemtechnisch leren denken in plaats van producttechnisch, dat vraagt ook een andere kennis en een andere manier van denken." De alsmaar sneller verlopende elektrificatie is volgens Lau een proces dat je niet kunt stoppen, dus zal je er als autobedrijf op moeten inspelen. "In nieuwe auto’s zitten tientallen computers, er is veel kennis voor nodig om dan het achterliggende probleem van een storing te kunnen begrijpen. Een gedegen opleiding is daarom belangrijker dan ooit."

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Reacties

Is helemaal waar wat hier staat! Vooral bij het stukje “nauwe samenwerking” schort er heel veel denk ik… Veel leidinggevenden denken het vaak beter te weten en laten de mening van de monteur/personeel vaak gelijk achterwege waardoor de samenwerking geleidelijk aan nihil wordt en dus gaat ook de motivatie omlaag met als gevolg dat de inkomsten dalen.

Geplaatst door: techniekgek op

Ik vind dat ze de monteurs zoiezo niet goed behandelen heb zelf 18 jaar in de werkplaats gestaan en na een operatie word ik zo weggeveegd van zoek maar ander werk je bent beperkt terwijl ik nog genoeg kan doen. Heb een collega die is 57 en ze hebben hem zo gedemotiveerd je bent te oud niet productief en blabla maar dat is toch niet menselijk als je jong en sterk ben je goed en daarna wegwezen ik zou niet willen dat mijn kinderen automonteur worden ik adviseer ze andere beroep een cao die wat beter betaalt en respecteerd

Geplaatst door: kb op

Wat hierboven staat is helemaal waar, ook de 2 reacties. Het is een heel mooi vak met een mooie toekomst maar bij veel bedrijven ben je gewoon een nummertje en word je ook zo behandeld en dus word je niet gemotiveerd en het betaald ook nog eens slecht. Ik vind het niet raar dat er weinig jongeren zijn die voor dit beroep kiezen! Veel leidinggevenden hebben geen idee hoe ze de monteurs moeten motiveren. Denk kortgezegd dat het grootste probleem ligt aan de vele leidinggevenden die zichzelf liever machtig zien dan dat ze ervoor zorgen dat deze branche interessant blijft.

Geplaatst door: Automonteur op